Artikel

Laadinfrastructuur mag geen drempel zijn voor e-rijden in Nederland

Onder meer gemeenten, provincies, het Rijk, brancheorganisaties en netbeheerders hebben gezamenlijk de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) opgesteld. Kennis- en innovatiecentrum ElaadNL is bij de agenda betrokken. Rutger de Croon, manager marktontwikkeling bij ElaadNL, vertelt over de NAL en welke innovatieve laadoplossingen momenteel getest worden. “We hebben met alle partijen afgesproken dat laadinfra geen drempel mag zijn voor elektrisch rijden in Nederland.”

Door Jan Willem Kerssies


In de Nationale Agenda Laadinfrastructuur staan verschillende afspraken die gemaakt zijn om tot een landelijke dekking van (snel)laadpunten te komen en te voorzien in de laadbehoefte van het groeiende elektrisch vervoer. En dan gaat het niet alleen over auto’s, zo legt Rutger de Croon uit. “Je hebt het dan ook over de laadinfrastructuur voor elektrische bussen en over stadslogistiek. We hebben met alle partijen afgesproken dat laadinfra geen drempel mag zijn voor elektrisch rijden in Nederland.” Concreet komt het erop neer dat er tot 2030, 1,7 miljoen publieke en private laadpunten bijkomen voor elektrische personenauto’s. Aan de hand van een doorrekening van TNO is bepaald dat er voor een maximale laadbehoefte van bestelauto’s 18.600 laadpunten nodig zijn, en voor elektrische vrachtauto’s nog eens 7.400 laadpunten. De afspraken die gemaakt zijn in de NAL vormen een integraal onderdeel van het Klimaatakkoord. “Om het elektriciteitsnetwerk voor te bereiden op de uitrol van laadinfra en de impact van al deze voertuigen op de beschikbare capaciteit van het net vast te stellen hebben netbeheerders een belangrijke rol in het uitvoeren van de NAL”, aldus De Croon.

Regionale aangelegenheid

Het aantal laadpunten opschalen is een regionale aangelegenheid. Nu er afspraken gemaakt zijn, wordt de komende periode gebruikt om zes landelijke regio’s te creëren. “De regio’s moeten plannen aanreiken hoe ze invulling gaan geven aan het opschalen van de laadinfrastructuur”, vertelt De Croon. “Je moet dan bijvoorbeeld denken aan wat de ambities zijn met betrekking tot het aantal elektrische voertuigen in de regio, op welke plaatsen laadinfra nodig is en wat het plaatsingsbeleid is.” Nu is er te vaak gesteggel tussen eigenaren van elektrische voertuigen en de gemeente over het plaatsen van bijvoorbeeld een laadpaal voor een woning. Door vooraf beter na te denken waar laadinfrastructuur aangelegd wordt, kan dit worden voorkomen, zo zegt De Croon. Daarnaast kunnen gemeenten nu al een beroep doen op de klimaatenveloppe. De Rijksoverheid stelt in 2019, 300 miljoen beschikbaar om via publieke inkoop een impuls te geven aan de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie. Gemeenten kunnen uit dit potje budget krijgen om laadinfrastructuur aan te leggen.


Smart charging

ElaadNL doet veel onderzoek naar smart charging. Dat betekent dat het laden van de elektrische auto’s op een slimme manier wordt afgestemd op de beschikbare hoeveelheid (groene) stroom. Zo draaien in Amsterdam en Utrecht verschillende pilots. In Amsterdam is er een proef met 456 Flexpower-laadpalen. Deze superlaadpalen geven meer stroom bij zonnig weer en in daluren minder stroom. Flexpower spreidt de stroom over de dag. De laadpalen geven iets minder stroom af in de uren dat de huishoudens veel energie vragen. “We merken nu al een positief effect. E-rijders hebben buiten de piekuren om de mogelijkheden hebben om sneller te laden. Daarnaast wordt er veel geladen op momenten wanneer duurzame energie, bijvoorbeeld zonne-energie, beschikbaar is.”

In de Utrechtse wijk Lombok opende koning Willem-Alexander in maart een uniek mobiliteitsecosysteem. Het maakt gebruik van elektrische Renault ZOE deelauto’s en laadpalen waarmee de auto zowel kan laden als ontladen. De Renault ZOE fungeert door het systeem als een batterij op wielen, die zonne-energie kan opslaan en op een later moment kan terugleveren aan het elektriciteitsnet. “Met de bidirectionele technologie is het mogelijk om de kosten van het opladen voor klanten te optimaliseren en dit op grote schaal uit te breiden”, zo zegt Renault. “We onderzoeken verschillende dingen”, zo legt De Croon uit. “Momenteel is het zo dat er maar een beperkt aantal voertuigen gebruik kan maken van de bidirectionele technologie. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat ontladen altijd op dezelfde manier gebeurt, zodat alle leveranciers met het systeem kunnen werken? Er zijn momenteel maar weinig auto’s die vehicle-2-grid, zoals bidirectioneel laden ook wel wordt genoemd, kunnen laden. De vraag is vooral welke kant de autobranche opgaat de komende tijd”, aldus De Croon. Hij benadrukt dat de uitkomsten van de verschillende onderzoeken toegepast gaan worden op landelijk beleid.

Slim laden heeft nog veel stappen te zetten, zo vindt De Croon: “Er is technische laadinfra-architectuur nodig. Ook hebben we te maken met regelgeving en databescherming. Hoe zorgen we er bijvoorbeeld voor dat het elektriciteitsnetwerk niet platgelegd kan worden door een cyberaanval gericht op laadpalen? Dat zijn vraagstukken waar we momenteel mee bezig zijn.” Andere Europese landen zijn wat verder dan Nederland, volgens De Croon. “Bijvoorbeeld ten aanzien van de wet- en regelgeving. Deze knelt wat in Nederland, maar in andere Europese landen zijn ze in deze discussie al wat verder.” In het Verenigd Koninkrijk is bijvoorbeeld bepaald dat alle nieuw te plaatsen laadpalen voorzien moeten zijn van een smart charging functie. Buiten de piekuren maken de Britten gebruik van goedkopere elektriciteit. Daarnaast kan het laden eenvoudig verschoven worden naar periodes waarin veel schone elektriciteit wordt opgewekt.

Laadpleinen

De ontwikkeling van laadpleinen kan een uitkomst zijn in de schaalsprong van laadinfrastructuur voor de verschillende regio’s. “Er is nu subsidie vanuit de Klimaatenveloppe voor het uitrollen van laadpleinen. De verwachting is dat met de subsidie 40 tot 50 laadpleinen worden aangelegd.” De aanvragen vanuit gemeenten en bedrijven komen nu binnen, zo vertelt De Croon. “Daar zitten aanvragen tussen van laadpleinen met 8 tot 40 laadpunten. We zijn druk bezig met de vraag of laadpleinen een oplossing kunnen zijn voor de schaalsprong van laadinfrastructuur. Daar zijn veel stakeholders bij betrokken. De overheid stimuleert de aanleg van laadpleinen en er wordt de komende jaren een zeer snelle groei verwacht. Niet in de laatste plaats vanwege het aantal types elektrische auto’s dat de komende jaren op de markt komt en de gunstige prijsontwikkeling”, aldus de manager marktontwikkeling. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat helpt gemeenten met een financiële bijdrage om een laadplein te voorzien van slimme laadpalen. Ook de Vehicle-2-Grid technologie, zoals nu getest in Utrecht, maakt onderdeel uit van de ontwikkeling van het slimme laadplein.    

Parkeren en Innovatie

Dit item is verschenen in PARKEER24 nummer 4, thema Parkeren en Innovatie. Download het magazine gratis!


  

Deel dit artikel