Artikel

Zelfrijdende auto's: de ondergang van binnenstedelijk parkeren?

Stel je voor: je rijdt in je zelfrijdende auto naar werk, slaat de deur dicht en loopt het kantoor in. Waar blijft die auto? Gezien de (soms angstaanjagend) snelle ontwikkelingen van autonoom vervoer, moeten steden zich die vraag nu al gaan stellen, zo wijst een studie van Carnegie Mellon University uit.

De studie wilde achterhalen wat de effecten van autonoom vervoer zijn op steden, in het bijzonder die van privéeigenaren. Hiervoor gebruikten de onderzoekers – Corey Harper, Constantine Samaras en Chris Hendrickson – de Amerikaanse stad Seattle als casus. Wat blijkt: zelfrijdende voertuigen verkiezen goedkope parkeerplaatsen buiten het stadscentrum boven binnenstedelijk parkeren.

Economische gevolgen

Dat klinkt in eerste instantie niet als een groot probleem. Integendeel, hierdoor komt juist veel land vrij in de binnenstad. Toch zijn de gevolgen groot; veel steden genereren aanzienlijke inkomsten uit parkeren. Zo brachten de 25 grootste steden in de VS in 2016 collectief $ 1,5 miljard op uit parkeerkosten en -belastingen. Seattle haalt jaarlijks alleen al $ 37 miljoen binnen uit parkeermeters. Deze inkomsten worden onder andere voor onderwijs en culturele doeleinden ingezet.

Stadsimulatie

In de studie zijn diverse datalagen gecombineerd, waaronder energieverbruik, emissies, parkeerkosten van onder andere parkeergarages en de afstand die in totaal door voertuigen in Seattle gereden wordt. Op basis daarvan brachten de onderzoekers het zoekproces van zelfrijdende auto’s in kaart. Het doel van elke auto was telkens om zo dichtbij mogelijk te parkeren en daarbij zo min mogelijk kosten te maken. Het maakte niet uit of de auto daarvoor langer moest rijden of in de file kwam te staan; een zelfrijdend voertuig ondervindt daar geen last van.

Aanzienlijke toename van files

In het onderzoek werden simulaties gemaakt met verschillende percentages aan zelfrijdende auto’s. Zo bleek dat als 5 tot 50 procent van alle in Seattle parkerende auto’s zelfrijdend zijn, zij zonder problemen een parkeerplek kunnen vinden, doorgaans in een gratis parkeerzone. Als dat 100 procent is, raken de parkeerplekken buiten het centrum gauw vol. Veel zelfrijdende auto’s moeten daardoor verder rijden voor een gunstige parkeerplek, wat met de huidige parkeerkosten in het centrum nog steeds goedkoper is dan parkeren in de binnenstad.

In dit scenario is de gemiddelde toename van extra reisafstand per zelfrijdende auto 8,5 mijl. Dat klinkt als weinig, maar het tegenovergestelde is waar. De toename zou leiden tot enorme files op drukke wegen, waar zowel zelfrijdende als traditionele auto’s last van ondervinden. Parkeergarages in de binnenstad zouden er bovendien slecht voor komen te staan.

Potentiële oplossingen

In het onderzoek worden enkele strategische handvatten geboden waarmee steden kunnen inspelen op dit probleem. Een voorbeeld is het invoeren van een belasting als automobilisten het centrum inrijden. Dit moet ov- en/of fietsgebruik stimuleren. Een ander voorbeeld is het uitbreiden van de stadsregio’s waarin betaald parkeren geldt, zodat verder rijden voor een goedkopere of gratis parkeerplaats financieel minder aantrekkelijk wordt. Een alternatief is een belasting voor automobilisten die het centrum betreden, gebaseerd op het aantal mijl dat ze die dag hebben gereden.

In het verlengde daarvan kunnen parkeerplaatsen en -garages in binnensteden plaats maken voor parken, woonwijken of commerciële panden. Parkeerplaatsen die nu nog worden gebouwd, kunnen in ontwerp rekening houden met deze toekomstige transformatie. Daarnaast kan het verminderen van stoepparkeren leiden tot bredere fietsbanen en meer voetgangersruimte.

Deel dit artikel