Artikel

Meer toeristen, waar gaan ze parkeren?

Onlangs is de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur met een rapport uitgekomen over hoe Nederland om kan gaan met het toenemende aantal toeristen. Kort samengevat dient Nederland zich op te maken voor nog meer druk op de leefomgeving door een groeiend aantal toeristische bezoekers waarbij de uitdaging ligt om dit in goede banen te leiden.

Tekst: Bas Schilder (Trajan)

De focus hierbij ligt op het regionale of zelfs lokale niveau, aangezien de draagkracht per regio en locatie enorm kan verschillen in hoeverre de toeristische druk opgevangen kan worden. Het eerdergenoemde rapport beveelt aan deze druk nader af te zetten tegen de draagkracht om vervolgens tot ontwikkelstrategieën te komen.

De leefomgeving behelst uiteraard veel facetten. De aanwezige parkeerruimte op een bepaalde locatie is ook onderdeel van deze leefomgeving en de druk die toeristen op deze ruimte leggen dient niet onderschat te worden. Wat is de relatie tussen parkeren en toeristen, en waar dient de parkeerwereld zich bewust van te zijn als het gaat om toeristenparkeren?

Aandacht voor de toerist als parkeerder

Alarmerende cijfers over toeristenaantallen hebben plaatselijk al geleid tot maatregelen om deze stroom in te dammen. In het algemeen wordt enerzijds gedacht de aanwas te spreiden, anderzijds ook door de groei van accommodaties in te perken. In dit laatste kader zijn maatregelen zichtbaar die variëren van het beperken van AirBnB- en hotelaccommodaties tot het verplaatsen van cruiseterminals.

Toeristen zijn echter absoluut geen homogene groep. Een stad als Amsterdam trok vijf jaar geleden volgens Amsterdam Marketing 17 miljoen bezoekers per jaar, maar 40 procent van dit aantal kwam gewoon uit Nederland, en 30 procent bestaat uit dagjesmensen. Ander opvallend detail: slechts 30 procent bezoekt de stad in de zomermaanden. Toerisme lijkt steeds minder seizoensgebonden. Dit is ook de ervaring in andere toeristische hotspots. Overlast van bezoekers is een permanent probleem geworden voor bewoners in deze gebieden. 

Het zijn deze trends die toerisme tot een lastig probleem maken. Elke locatie heeft te maken met een zeer specifieke situatie: de problematiek in Zandvoort verschilt van die in Giethoorn of Marken. Algemene trend is wel dat toerisme steeds individueler wordt; toeristen boeken steeds minder georganiseerde cruises maar huren op Schiphol een auto en gaan zelf op pad. Bloemen worden uit tuinen geplukt, huizen beklopt om te zien of ze echt wel van hout zijn.

Ook in het parkeren is deze trend zichtbaar. Dorpskernen als die van Marken, Volendam of Kinderdijk hebben in toenemende mate te maken met wildparkeren van voertuigen van bezoekers. Aan beleidsmakers en beheerders is het nu om te bepalen of en in welke mate zij deze mobiliteit willen stimuleren.

Doelgroepen onderscheiden in parkeergedrag

Het feit dat toerisme een veelkoppig monster lijkt vraagt om een lokaal zeer specifieke aanpak. Het verzamelen van data speelt hierin een belangrijke rol. Veel toeristische attracties die zich nabij woon- en/of werkgebieden bevinden hebben wel een idee van het totale aantal bezoekers. Waar de kennis regelmatig over ontbreekt zijn de getallen van de specifiekere doelgroepen die ook relevant zijn voor het parkeergedrag en het benodigde aantal parkeerplekken. Komen de bezoekers met de auto, bus of fiets? Ook relevant is bijvoorbeeld welk deel van de bezoekers met een groep komen. Daarnaast dient zich men er bewust van te zijn welke druk de attractie uitoefent op de directe omgeving waar mensen ‘gewoon’ wonen of werken. Juist op het vlak van parkeren is deze druk al snel fysiek voelbaar voor de omgeving, waarbij er een proces van verdringing kan plaatsvinden wanneer de parkeercapaciteit niet toereikend is. Er wordt dan al snel naar parkeerregulering gegrepen.

In deze situaties is de afbakening van het gebied waar parkeerregulering van kracht dient te worden af en toe een lastige afweging. In eerste instantie is het ontvangen van toeristen ook belangrijk voor de middenstand in een gemeente en wil men gastvrij zijn. Relevant is ook de vraag hoe systematisch de problematiek is: een jaarlijks evenement op het circuit van Zandvoort vraagt andere maatregelen dan het continue wildparkeren op Marken. Hoewel men bij de toeristische attracties uiteraard vooral de pijlen richt op de bezoekers is het onvermijdelijk dat ook andere groepen het effect zullen voelen, ofwel omdat ze ook gebruikmaken van de parkeerruimte in hetzelfde gebied, of omdat ze overlast gaan ervaren van parkeerders die net over de grens van het reguleringsgebied gaan parkeren, het zogeheten waterbedeffect.

Bestuurders van drukke steden met een toeristisch centrum hebben het in deze iets makkelijker als het gaat om parkeermaatregelen. Vrijwel iedereen is daar gewend aan betaald parkeren of een andere vorm van regulering. Daarnaast zijn deze locaties uitstekend bereikbaar met het openbaar vervoer, waardoor er minder behoefte is aan parkeerruimte. Juist de locaties met een grote aantrekkingskracht op toeristen in het buitengebied zullen voor lastiger keuzes komen te staan.

In de nabije toekomst zal het, met de huidige prognoses wat betreft aantal toeristen, in ieder geval een uitdaging blijven dan wel worden om alle parkerende toeristen te faciliteren in de groeiende parkeerbehoefte.

Dit artikel is verschenen in PARKEER24 nummer 5, thema Beheer en Exploitatie. Download het magazine hier.

Deel dit artikel