Artikel

Vrijwilligers hebben te maken met steeds andere parkeervraag

Hij is voorzitter van de Oranjevereniging Beatrix in Nieuw-Vennep, penningmeester van de lokale Oranje Avondvierdaagse en ook nog eens betrokken bij de stichting Autocross. Denk niet dat John Stassen stil zit in zijn vrije tijd. En ondanks dat hij in het dagelijks leven belastingadviseur is, weet Stassen inmiddels aardig hoe je parkeren bij evenementen in goede banen leidt.

Want bij alle activiteiten waar Stassen op vrijwillige basis bij betrokken is, is een parkeervraag. “Neem alleen al de Oranje Avondvierdaagse. Dan lopen er 2.500 kinderen door Nieuw-Vennep”, legt Stassen uit. “Dat zijn wel allemaal lokale deelnemers, groot en klein. Die komen en gaan vooral met de fiets. Dat fietsparkeren regelen we. Autoparkeren niet.” Die vinden, met name op de slotdag, vaak een plekje in de omgeving. Dat is dan pragmatisch opgelost. “We gooien als organisatie een briefje in de brievenbus waarin we vragen om een avondje begrip.” Meestal gaat dat goed, een heel enkele keer niet. “Op een gegeven moment kwam er een reactie van een vrouw uit de buurt die stelde dat de plek voor haar deur háár parkeerplek was. Maar het bleek gewoon openbaar. Het voelde voor haar echter wel als haar plek.” 

Kaartje trekken

De Autocross kent een heel andere parkeervraag. Al decennia is de Autocross een begrip in het dorp in de Haarlemmermeer. Ook organiseren comités jaarlijks een motorcross en een Trekker Trek. Hier zijn de bezoekers, die vaak van heinde en verre komen, wel meestal met de auto – al dan niet met trailer. De nabijgelegen Noorderdreef werd altijd gedoogd door de gemeente als parkeerplek, maar inmiddels is dat niet meer het geval.

Sindsdien wordt de berm met linten afgezet. “En nu komt het vervelende”, zegt Stassen. “Het station heeft een prachtige parkeerplaats vlakbij. Daar kun je gratis voor één dag parkeren. Maar daarvoor moet je wel een kaartje trekken. Het kost je verder niks, maar dat bonnetje is wel verplicht. En in plaats van die drie dagen dat we een evenement om de hoek van het station organiseren een oogje toe te knijpen, wordt er gewoon op die dag door de gemeente gehandhaafd. Terwijl echt iedereen wel na een dag weg is.” 

 
De samenwerking met de gemeente kan dus wel wat verbetering gebruiken, vindt Stassen. Als hij het in een rapportcijfer moet uitdrukken, komt hij niet verder dan een 6,5. Hij noemt nog een voorval in aanloop naar de Oranje Avondvierdaagse: “In oktober vorig jaar hebben we de route al ingediend en een week voor de Avondvierdaagse bleken er opeens werkzaamheden op de route gepland. Dat is natuurlijk niet praktisch. We hebben toen in overleg met de aannemer een oplossing gezocht. Het initiatief kwam dus van ons. Maar eigenlijk zou de gemeente ons eerste aanspreekpunt moeten zijn. Aan de andere kant reageerde de gemeente ze wel snel toen er klachten binnenkwamen die van de opbouw van de kermis zouden komen. Saillant detail: die opbouw was nog niet eens begonnen.” 

Diploma

Voor verkeersaangelegenheden maakt Stassen gebruik van Stichting Paraat, voortgekomen uit de voormalige vrijwillige brandweer van Nieuw-Vennep met nog een gepensioneerde brandweerauto. Die leden moesten echter wel eerst een verkeersdiploma halen om zo een vergunning van de gemeente te krijgen. “Maar diezelfde gemeente vergeet ze vervolgens aan te melden, terwijl die vergunning wel vereist was”, aldus Stassen. “Ach, er worden nu eenmaal fouten gemaakt”, relativeert hij. “Gelukkig zijn de lijntjes met de Dorpsraad Nieuw-Vennep kort.” 

Briefjes

Een van de grootste parkeeruitdagingen heeft Stassen echter bij een ander evenement: de jaarlijkse wielerronde baant zich dwars door Nieuw-Vennep een weg door de Venneperstraat. Daarvoor is een compleet flatgebouw tijdelijk van de buitenwereld afgesloten. Bewoners krijgen altijd netjes van tevoren een briefje dat in- en uitrijden tijdelijk onmogelijk is. “Maar ja, niet iedereen leest die briefjes. En dan heb je soms wel de poppen aan het dansen.” Soms leidt dat tot onveilige situaties, maar eigenlijk gaat het altijd goed.

Zo ook zes jaar geleden tijdens de Motorcross. Stassen herinnert zich: “Toen gaf er een malloot opeens gas en reed bijna een van onze verkeersregelaars omver. Drie kwartier later troffen we hem aan. In z’n blootje, bij de bakker. Tja, gekken heb je altijd.”

Dit artikel is verschenen in Parkeer24 nummer 3, juli 2018.

Deel dit artikel