Blog

Veolia verleidt NS weer tot regionale vervoerder

Arno Hermans op persoonlijke titel

'Als voormalig werknemer van Veolia verwonderde ik mij erover dat NS in 2006 afstand deed van de onrendabele lijnen in Limburg. En nu wint NS-dochter Abellio de concessie van het Limburgse OV? Het is niet dat ik Abellio de winst niet gun, maar het roept bij mij vraagtekens op. Een beschouwing op het Limburgse tenderproces in 2005.

 

Als Veolia-medewerker mocht ik tijdens de tenderfase van het Limburgse OV de dienstregelingen van de Maaslijn en Heuvellandlijn ontwikkelen, evenals het busvervoer in Noord- en Midden-Limburg en een gedeelte in Zuid-Limburg. Daarnaast schreef ik het marketingplan.

 

Staaltje van bureaucratie 
Ik verwonderde mij destijds over de beschikbare financiële middelen die uit de exploitatie van de beide treinlijnen naar voren kwam. Daarmee kon een frequentieverdubbeling op de Maaslijn worden gerealiseerd tussen Venray en Nijmegen, evenals op de Heuvellandlijn. Saillant detail was dat NS contractueel niet toestond om door te rijden naar Maastricht Randwyck. Veolia zou dan 4 keer per uur het station bedienen, waar de bedieningsfrequentie van NS met 2 keer per als maatstaf geldt. Een typisch voorbeeld van bureaucratie in plaats van een reiziger centraal zetten.

 

Heel Limburg profiteerde

Niet alleen een frequentieverdubbeling was haalbaar, ook ging de eerste nachttrein rijden tussen Venray en Roermond. Tot aan het faillissement van de grootste discotheek van de BeNeLux (Zenith), dat was de doodsteek van de nachttrein. Ook werd een relatief klein bedrag opgenomen voor de realisatie van station Mook-Molenhoek. Jammer genoeg kwam toenmalig Veolia-directeur (nu Arriva-directeur) Frank van Setten met de mededeling dat uitsluitend de Wadlopers konden worden ingezet op de Limburgse lijn. Dat betekende een valse start, omdat rekening wasgehouden met de inzet van de zogenoemde Buffels. Het resterende bedrag werd geïnvesteerd in het optuigen van de busdienstregeling en de marketing waar heel Limburg van profiteerde.

 

Kortom, de regionale vervoerders wisten met het vrijgekomen bedrag regionale lijnen levensvatbaar te maken. Dat bewees Veolia in Limburg, evenals Arriva, Connexxion en Syntus in andere gebieden.

 

NS moest mee

Ik concludeer dat de regionale vervoerders ervoor hebben gezorgd dat NS haar ogen wel moest openen en niet stil kon zitten. NS moest mee, ook in de regio. Waar een NS-medewerker zijn zorgen destijds uitte over het voortbestaan van NS, herovert NS nu het treinvervoer in Limburg. Waar ‘onrendabel’ tien jaar later ‘rendabel’ blijkt te zijn.'

 

 

 



Dit artikel komt uit Verkeerskunde

Deel dit artikel