Blog

De vraag wanneer MaaS een succes is kent vele antwoorden

De vraag wanneer MaaS een succes is kent veel mogelijke antwoorden. Dat schrijft Martin Blankendaal van Spark Parkeren in zijn bijdrage voor Het Parkeerpanel.

Door: Martin Blankendaal van Spark Parkeren

Is MaaS succesvol als er geen files meer zijn? Als iedereen altijd in zijn mobiliteitsbehoefte wordt voorzien, ongeacht vervoermiddel en tijdstip? Als voortaan minder auto’s en parkeerplaatsen nodig zijn? Ook als MaaS juist leidt tot een lager autobezit, maar een hoger autogebruik? Als er meer kilometers met relatief schone vervoerswijzen worden afgelegd? Als er bedrijven zijn die hun geld kunnen verdienen met MaaS? Als de klant tevreden is? Als iedereen blij is? En wanneer is iedereen dan blij?

Of is MaaS al een succes? In Rotterdam bijvoorbeeld mag bij ontwikkelingen in betaald parkeergebied de autoparkeereis met maximaal 20 procent worden verlaagd indien voor alle toekomstige gebruikers MaaS structureel beschikbaar is (voor minimaal 10 jaar). En dat bovenop de mogelijkheid om via deelauto’s een reductie op de parkeereis mogelijk te maken. Dat maakt binnenstedelijke ontwikkelingen haalbaarder, terwijl MaaS nog lang niet is uitontwikkeld. Ik vind het een goede zaak dat Rotterdam de (auto)parkeernormen gedeeltelijk loslaat en MaaS een mooie kans biedt. Dat geldt ook voor de City Deal, waarin de overheid en diverse andere partijen samenwerken aan pilots om de doorbraak naar het gebruik van elektrische deelmobiliteit in stedelijke gebiedsontwikkelingen te versnellen en waarbij MaaS ook een belangrijke rol speelt. Door een actieve aanpak is de kans op succesvolle concepten nu eenmaal groter.

Daarmee zijn we weer terug bij de beginvraag: wanneer is MaaS succesvol? Ik denk dat we deze vraag pas achteraf kunnen beantwoorden, al was het maar omdat één onvoorziene ontwikkeling het complete speelveld kan wijzigen. Maar wat moeten we er dan mee? Ik vind dat we MaaS een goede kans moeten bieden. Dat betekent dat we moeten zorgen dat we goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden en onmogelijkheden, maar ook dat we zo goed mogelijk moeten anticiperen op een toekomst waarin de vervoersbehoefte wijzigt, zonder dat we nu weten op welke wijze. Daarmee komen we terug op een boodschap die ik vanuit het vakgebied parkeren al een paar jaar verspreid: het is van belang dat we bij de parkeercapaciteit die we nu en in de toekomst ontwikkelen goed nadenken over nut en noodzaak, maar vooral dat we inzetten op flexibiliteit. En dat betekent niet meer standaard een betonnen bak onder ieder gebouw waar we niets meer mee kunnen als blijkt dat de parkeerbehoefte lager uitvalt dan verwacht, maar daar waar het kan inzetten op flexibele parkeeroplossingen. Bijvoorbeeld zowel uitbreidbaar en demontabel, of met extra verdiepingshoogte zodat er een andere functie in gehuisvest kan worden. Al was het maar een fietsenstalling met etagerekken, die circa 0,40 meter extra hoogte nodig heeft dan een parkeerlaag. De stap van een parkeergarage naar een mobiliteitshub is dan snel gezet, en daarmee bieden we MaaS een goede kans op succes!

 

Deel dit artikel