Blog

Blog: Parkeren op zijn Amsterdams

Het gevoel herkent u misschien wel: met de auto een half uur zoeken naar een plek en er dan niet alleen eentje vinden, maar ook vlekkeloos in één keer inparkeren. U wandelt weg van de auto met een gevoel van onoverwinnelijkheid.

Het is een beetje aangedikt, maar ik wil ermee benadrukken dat een plek voor de auto vinden in Amsterdam, door de toenemende populariteit van de stad, wel degelijk een prestatie wordt die steeds meer ontzag zal opwekken. En de kans op frustratie is daarbij groot, omdat de ruimte nou eenmaal schaars is. Amsterdam telt in 2030 één miljoen inwoners maar de oppervlakte groeit niet mee.

Ondergronds parkeren

Ruimte ontstaat niet zomaar en gaat vaak ten koste van parkeerplekken die we daarom ondergronds aanleggen. Flinke investeringen waren en zijn nodig voor de bouw van extra parkeergarages en fietsenstallingen onder de grond en het realiseren van meer P+R-plekken voor bezoekers en dagjesmensen.

 

In 2018 gaan de Albert Cuypgarage en een nieuw P+R-terrein bij station Noord open. Ook leverten we een behoorlijk aantal nieuwe fietsenstallingen op, waaronder een paar grote zoals onder de Strawinskylaan in Zuid en onder het Beursplein in het centrum. Zo komen er zeven voetbalvelden aan ruimte bij voor voetgangers en fietsers.

Slimme oplossingen

De toenemende druk op Amsterdam mag vooral niet afgewenteld worden op bewoners en ondernemers in de stad. In woonbuurten met betaald parkeren kunnen bezoekers daarom via een bezoekersregelingen tegen gereduceerd tarief parkeren. Voor ondernemers hebben we een speciale ondernemersvergunning in het leven geroepen. Bij wijze van proef hebben we parkeerduurbeperking in woonbuurten mogelijk gemaakt. Op die manier ervaren bewoners van buurten met een laag parkeertarief, minder hinder van parkeerders die de buurt zien als een soort P+R-locatie.

 

Een andere slimme oplossing is de mogelijkheid die we autobezitters bieden om tegen een financiële vergoeding in een parkeergarage - waar ruimte beschikbaar is - te parkeren in plaats van op straat. Dat is helemaal handig voor mensen die hun auto niet dagelijks gebruiken. Ook kunnen zij ervoor kiezen om gebruik te maken van een elektrische deelauto met stadsbrede parkeervergunning. Door dit aan te bieden stimuleren we ook dit soort slimme en schone oplossingen.

Van bezit naar gebruik

Was parkeren vroeger vaak het sluitstuk bij gebiedsontwikkeling, nu begint die met de vraag hoe we de mobiliteit van de toekomstige bewoners en werknemers gaan faciliteren.


Op basis van de huidige ontwikkelingen gaan we in Amsterdam van 1,2 miljoen verkeersbewegingen nu, naar 1,7 miljoen verkeersbewegingen in 2030. Stel dat bij al die ongeveer 100.000 woningen een parkeerplaats hoort, dan komen er 100.000 auto’s bij. Dat kan de stad niet aan, dan komt de leefbaarheid in het geding.


Nieuwe en bestaande bewoners dagen we daarom uit om na te denken over de invulling van hun mobiliteit. Aan de gemeente de rol om alternatief vervoer te faciliteren. Waarom zou je een auto kopen als er in de garage bij het appartement een elektrische deelauto of scooter staat? Met de Zuidaspas bijvoorbeeld kunnen werknemers kiezen uit een uitgebreid aanbod van mobiliteitsdiensten: auto, taxi, fiets, ov. Dit zijn de soort oplossingen die Amsterdam nodig heeft: Mobility as a Service (MaaS).

 

Nu sturen wij als gemeente nog veel: bij buslijnen bepalen wij bijvoorbeeld hoe laat en waar de bussen rijden. Maar Mobility as a service is vraaggestuurd. Dit maakt de overstap van bezit naar gebruik van vervoersmiddelen voor bewoners en werknemers gemakkelijker en daardoor ontstaat meer doorstroming en ruimte. Die ontwikkeling juich ik toe. En niet alleen omdat parkeerplekken dan vanzelf sneller zijn te vinden, maar ook omdat heel Amsterdam dan namelijk aan schoonheid wint.

Door Pieter Litjens. Litjens is sinds 2014 wethouder Verkeer en Vervoer in Amsterdam

Deel dit artikel